rechtskeuze

Waarom een goede (ge)rechtskeuze in overeenkomsten geen overbodige luxe is

28 september 2014

Wanneer er een overeenkomst wordt gesloten, zijn er een aantal zaken van belang. Zo is het handig om overeenkomsten in elk geval schriftelijk te sluiten, want dan voorkom je de ellende van een mondelinge overeenkomst (ze zijn wel geldig, maar je kunt het niet bewijzen).

Inhoudelijk gezien moet je goed afspreken wat de rechten en plichten van beide partijen zijn, net als nog een aantal andere zaken. Daar hebben we al een handleiding voor het opstellen van een overeenkomst voor geschreven.

Bij grensoverschrijdende overeenkomsten is echter extra van belang om duidelijk de rechtskeuze én de gerechtskeuze vast te leggen. Doe je dat niet, dan kun je in (zeer) vervelende situaties terecht komen. Ik zal uitleggen hoe dat zit.

Grensoverschrijdende overeenkomsten

Grensoverschrijdende overeenkomsten (soms ook internationale overeenkomsten genoemd) zijn overeenkomsten waarbij beide partijen in een ander land zitten of waarin (gedeelten) van de overeenkomsten in een ander land worden uitgevoerd.

Een aantal voorbeelden:

  • Je woont in Nederland en laat een Duitse aannemer je huis opknappen;
  • Je bent ondernemer in Nederland en koopt tomaten van een Spaanse kweker;
  • Je woont in Nederland en reist met een Belgische reisorganisatie naar de VS;
  • Je bent ondernemer en levert je producten aan Nederlandse, maar ook aan Duitse en Belgische consumenten.

Als er conflicten ontstaan

Uiteraard ontstaan er in eerste instantie geen vragen over grensoverschrijdende overeenkomsten. Immers, na het sluiten ervan gaan ze de kast in en komen ze er niet meer uit.

Althans, ze komen er niet meer uit totdat er conflicten ontstaan.

Producten worden niet geleverd, er wordt niet betaald, de verkeerde producten worden geleverd, de diensten worden niet goed uitgevoerd et cetera. Je kunt het je zo gek niet voorstellen of het komt voorbij in de juridische praktijk.

In eerste instantie proberen partijen het onderling op te lossen, maar als dat niet lukt, moet men zich toeleggen op de juridische mogelijkheden.

Op dat moment wordt de overeenkomst weer uit de kast gehaald, wordt het stof eraf geblazen en wordt er eens serieus naar gekeken. Pas dan wordt duidelijk of de overeenkomst goed is opgesteld of niet.

Problemen met grensoverschrijdende overeenkomsten

Er kunnen natuurlijk allerhande problemen zijn met een slecht opgestelde overeenkomst. Waar het in deze blog echter specifiek om gaat, zijn problemen met de keuze van het toepasselijke recht én met de keuze van de rechter die een geschil gaat behandelen.

Er zijn een aantal mogelijkheden:

  • Zowel het toepasselijke recht als de bevoegde rechter zijn geregeld;
  • Enkel het toepasselijke recht is geregeld;
  • Enkel de bevoegde rechter is geregeld;
  • Niets is geregeld.

Wanneer je een overeenkomst goed wil sluiten, moet je voor het eerste gaan. Je moet zowel het toepasselijke recht kiezen als de bevoegde rechter.

‘Ja maar’, zullen sommigen zeggen: ‘Het spreekt toch voor zich, dat bijvoorbeeld bij Nederlands recht, de Nederlandse rechter bevoegd is, toch?’.

Dat spreekt voor zich, maar is niet altijd zo. Er bestaan namelijk allerhande internationale en Europese regels over grensoverschrijdende overeenkomsten.

Spreek je helemaal niets af, dan zal vaak het land van het toepasselijke recht, ook het land zijn van de bevoegde rechter (maar niet altijd!).

Spreek je maar één van de twee af (hierboven onder punt 2 en 3 weergegeven), dan kan het goed zijn dat toepasselijk recht en bevoegde rechter niet uit hetzelfde land komen.

Vreemde situaties, hoge kosten

Je krijgt dan vreemde situaties, waarbij bijvoorbeeld de Spaanse rechter, het Nederlandse recht moet gaan toepassen.

Dat is niet wenselijk, want behalve dat je dan naar Spanje moet om de rechtszaak te voeren, heb je ook een Spaanse advocaat nodig. Daarnaast, heb je een Nederlands rechtskundige nodig omdat de rechtszaak weliswaar in Spanje wordt gevoerd, maar de zaak inhoudelijk naar Nederlands recht wordt beoordeeld.

Dat brengt natuurlijk ook weer de nodige kosten met zich mee, want er moeten twee juristen worden betaald. Daarnaast moeten beide rechtskundigen veel samenwerken om de zaak tot een goed einde te brengen, waardoor er veel tijd in gaat zitten en de rekening dus flink oploopt.

Het kan natuurlijk ook andersom, waarbij de Nederlandse rechter Spaans recht moet toepassen. Dat levert hetzelfde probleem op.

Ook inhoudelijk gaat dat niet goed

Het niet goed afspreken van het toepasselijke recht, kan dus bij een conflict grote (financiële) gevolgen hebben. Dat is echter niet alles.

Het heeft namelijk ook grote juridische gevolgen.

De overeenkomst is namelijk (bijvoorbeeld) opgesteld met Nederlands recht in het achterhoofd, maar doordat er geen rechtskeuze is gemaakt, is Spaans recht in dit speciale geval van toepassing (bij om het even een Spaanse of Nederlandse rechter). De overeenkomst wordt daardoor ook naar Spaans recht beoordeeld, waarna sommige in Nederland geldige bepalingen ongeldig blijken te zijn of anders zullen uitpakken dan gedacht. Dat kan zeer ongewenste situaties opleveren.

De omgekeerde situatie is minder vervelend, maar ook niet gunstig te noemen. Stel dat de overeenkomst is opgesteld naar Nederlands recht, Nederlands recht ook van toepassing is, maar door het ontbreken van de keuze voor een rechter, moet de Spaanse rechter gaan beslissen. Hij gaat dan Nederlands recht toepassen, maar gaat er (hoewel dat eigenlijk niet de bedoeling is) in de praktijk met een ‘Spaanse bril’ naar kijken. Hij kleurt het Nederlandse recht op Spaanse wijze in, naar Spaanse maatstaven. Dat kan alle kanten op gaan en levert veel onzekerheid (en wellicht veel nadeel) op.

Hoe het wel moet bij grensoverschrijdende overeenkomsten

De bovenstaande situaties wil je voorkomen. Daarom is het zeer aan te raden om altijd een rechtskeuze af te spreken met de wederpartij.

Het liefst, spreek je als Nederlander uiteraard af dat Nederlands recht van toepassing is en dat de Nederlandse rechter (die het dichtst bij je woon- of vestigingsplaats zit) rechtsmacht heeft.

Soms lukt dat niet, want bij het sluiten van een overeenkomst is er vaak één partij die veel sterker in de onderhandelingen staat, als er al onderhandelingen zijn. In dat geval kan het zo zijn dat je wel akkoord moet gaan met een ander recht dan het Nederlandse. Ook dan is het verstandig om óók de keuze van de bevoegde rechter aan te passen aan dat recht, zodat je niet achteraf zit met een rechter die het recht van een ander land moet interpreteren. Dat levert immers dure ellende op.

Wil je weten hoe contracten gaan uitpakken die al zijn gesloten met een (gebrekkige) rechtskeuze of gerechtskeuze, dan kun je het best kijken in ons artikel over internationale overeenkomsten. Daarin wordt beschreven welk recht van toepassing is en welke rechter bevoegd is in gevallen waarin niets is afgesproken.

Kortom: denk er goed over na en zorg ervoor dat zowel de rechtskeuze als de bevoegde rechter in de overeenkomst zijn opgenomen, tenzij je graag met je jurist een paar kostbare dagen naar Spanje (of Italië of Polen) wil.

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels
ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht


DISCLAIMER: De informatie op deze website is enkel bestemd voor algemene informatiedoeleinden. Hoewel de versterkte informatie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid door onze juristen is samengesteld kunnen wij, o.a. vanwege de gecompliceerde en veranderlijke aard van wet- en regelgeving, niet garanderen dat deze informatie compleet, actueel, juist en/of accuraat is op het moment van raadpleging en dat deze toepasbaar is in een specifieke situatie. Wij raden u dan ook aan contact op te nemen met een jurist voordat u handelt of beslist. Zie ook onze uitgebreide disclaimer.