alcohol maken

Zelf alcohol maken, mag dat?

18 september 2014

Het fabriceren van alcohol is iets dat tot de verbeelding spreekt. Van Al Capone, die tijdens de Amerikaanse ‘drooglegging’ goud geld verdiende aan illegaal gestookte alcohol tot Ma Flodder, die in de kelder van haar villa haar eigen voorraad whisky op peil houdt (en af en toe ook grote bestellingen aanneemt om wat bij te verdienen).

De vraag is: mag dat eigenlijk wel? Mag je zelf alcohol stoken? Is er nog een verschil tussen zwak alcoholhoudende dranken zoals bier en wijn en sterke drank, zoals whisky en wodka? Hoe zit het met het verkopen van je zelfgemaakte alcoholische versnaperingen? Hoe zit het met accijnzen?

Mag je zelf alcohol produceren?

Wat verstaan we precies onder ‘alcohol produceren’? In feite produceer je immers reeds alcohol wanneer je een pak jus d’orange te lang laat staan of wanneer je een tros druiven overrijp laat worden.

Daar gaat het dus niet om: het gaat hier over het daadwerkelijk zelf produceren van alcohol, met een proces waarbij het doel is om alcohol te produceren. Mag dat?

Daar is geen keihard ‘ja’ of ‘nee’ op te zeggen. Het antwoord is: ‘soms wel, soms niet’.

Wat wel duidelijk is, is dat het produceren van alcohol moet worden uitgesplitst. Er zijn namelijk verschillende regels voor:

  • Het produceren van zwakalcoholische dranken zoals (speciaal)bier en wijn (tussen de 0,5 en 15%);
  • Het produceren van sterkalcoholische dranken zoals likeur, wodka, cognac, whisky, jenever en rum (vanaf 15%).

Het produceren van bier en wijn

Productie van bier en wijn kan eenieder in feite in zijn achtertuin of kelder doen. Er zijn zelfs speciale bierpakketten verkrijgbaar (ook via internet!) waarmee het mogelijk is om je eigen bier te brouwen. Ook eigen wijn maken van druiven is goed mogelijk. Heb je het een beetje onder de knie, dan kun je overigens een prima eindproduct verkrijgen.

Voor de thuisproductie van bier en wijn, is geen vergunning nodig, zolang je de alcoholische dranken maar voor eigen gebruik produceert. Dat wil zeggen: voor jezelf, je familieleden en gasten.

Iedereen kan dus simpelweg morgen een pakket kopen en starten met bier brouwen.

Het produceren van sterke drank

Om sterke drank praktisch gezien te kunnen produceren, heb je speciale hulpmiddelen nodig. Tot 15% (de grens die de wet aangeeft), kun je alcohol produceren door een proces van gisting van suiker. Daarboven gaat de gist kapot door de hoeveelheid alcohol.

Om het mengsel dan toch nog sterker te kunnen maken, moet de alcohol worden gescheiden van de rest (‘distilleren’). Het geheel moet worden verwarmd (vandaar ook de term ‘stoken’). Alcohol verdampt dan het eerst. De alcoholdamp wordt opgevangen en weer afgekoeld, waardoor de alcohol zijn vloeibare vorm terugkrijgt.

Natuurlijk kun je je mengsel niet op het fornuis verwarmen, want dan kun je de alcoholdampen niet goed opvangen. Je hebt er een speciale distilleerketel voor nodig.

De Wet op de Accijns geeft echter regels rondom het ‘voorhanden hebben’ van een distilleerketel. Je mag namelijk enkel distilleerketel hebben, wanneer je daar een vergunning voor hebt. Het gaat dus niet om het kopen van een destilleerketel: je mag hem bijvoorbeeld ook niet zelf vervaardigen zonder vergunning.

Die vergunning kun je aanvragen bij de Douane (ja, ze doen ook iets anders dan aan de grens staan). Je moet precies aangeven waar je het apparaat gaat gebruiken, opgeven hoeveel apparaten je hebt en hoeveel inhoud ze hebben, tekeningen van de ruimte meezenden, aangeven waar je de gemaakte alcohol gaat opslaan en aangeven wat je verwacht te gaan produceren.

De kans zit erin dat ze tevens ook een kijkje komen nemen naar de ketel. Ook moet je ze op de hoogte houden van wat er met de ketel gebeurt (bijvoorbeeld wanneer je hem sloopt, verkoopt of op een andere locatie alcohol gaat stoken).

Tevens moeten regels rondom de productie in een accijnsgoederenplaats in acht worden genomen. Vroeger (vóór 1 januari 1996) gold de vrijstelling die nu nog voor bier en wijn geldt, ook voor sterke drank. Nu niet meer, dus dat houdt in, dat er gewoon een vergunning moet worden aangevraagd voor het maken van sterke drank.

Die vergunning brengt ook weer een aantal extra plichten met zich mee. Zo moet je onder meer een nauwkeurige boekhouding bijhouden van grondstoffen die je inkoopt en alcoholhoudende producten die je maakt. Verder moet je onder meer bijhouden of er flessen drank zijn gesneuveld en of er verliezen zijn opgetreden bij het productieproces. Dat is allemaal van belang om te controleren hoeveel accijns je gaat moeten betalen voor je zelfgestookte drank.

Het probleem met deze vergunning is, dat hij niet wordt afgegeven indien je vanuit de accijnsgoederenplaats direct aan de verbruiker levert. Logischerwijs, komen particulieren daarom niet in aanmerking voor de vergunning.

Ook de Belastingdienst geeft op hun site aan: er is voor de productie van sterke drank een inschrijving als ondernemer bij de Kamer van Koophandel nodig.

Wat als je toch sterke drank produceert zonder vergunning?

Het produceren van sterke drank zonder vergunning mag niet (en je moet ondernemer zijn om een vergunning te krijgen). De vraag is natuurlijk: wat kan er gebeuren als je het toch doet?

Er gebeurt uiteraard niets, zolang niemand erachter komt dat je zelf alcohol stookt. Gebruik je je zelfgestookte jenever enkel om jezelf op vrijdagavond te trakteren, dan zal er niet veel aan de hand zijn. Wat niet weet, dat niet deert. Dat blijkt (volgens de stookfora op internet) ook de instelling van de meeste hobbystokers te zijn.

Komt de douane er wel achter dat je sterke drank produceert zonder vergunning, dan kan het zomaar zo zijn dat je een probleem hebt:

  • Het niet hebben van een vergunning voor een distilleerketel voor sterke drank, levert in eerste instantie maximaal een boete op ‘van de derde categorie’. Dat is 8100 euro;
  • Ben je echter niet overgegaan tot het vragen van een vergunning voor de distilleerketel omdat je de accijns wil vermijden (eigenlijk simpelweg  ‘belastingontduiking’), of omdat je weet of had moeten weten dat het toestel voor accijnsvermijding gebruikt zal worden, dan is dat maximaal een geldboete van de vierde categorie: 20.250 euro. Ook kun je er tot vier jaar gevangenisstraf voor krijgen.
  • Heb je geen vergunning om alcohol te maken op een accijnsgoederenplaats, dan geldt ook een maximale geldboete van de vierde categorie (20.250 euro) of vier jaar gevangenisstraf. Als het daardoor ontdoken bedrag aan accijnzen hoger is, kan dat bedrag als boete worden opgelegd.
  • Heb je sterke drank in bezit (‘voorhanden’) waarover geen accijns is betaald omdat ze op een dergelijke manier zijn geproduceerd, ook dan gelden dezelfde straffen.

Het scheelt overigens wel dat de douane een (officieus) gedoogbeleid lijkt te voeren ten opzichte van hobbystokers.

Het verkopen van de alcohol die je zelf maakt

Hoewel je weliswaar zelf (beperkt) alcohol mag produceren, wil dat niet zeggen dat je er een leuk handeltje van mag maken. Je kunt dus niet even een order van een paar honderd flessen whisky aannemen van de lokale groothandel.

Het verkopen van alcoholhoudende drank, mag enkel wanneer je een horeca- of slijtersvergunning hebt volgens de Drank- en Horecawet (er zijn enkele uitzonderingen, zoals winkels die voornamelijk in levensmiddelen handelen, reden waarom de Albert Heijn lichtalcoholhoudende drank mag verkopen).

Boetes lopen op tot maximaal 100.000 euro (al zijn er uitzonderingen waarin de boete hoger kan zijn). Een typische boete is echter enkele duizenden euro’s en wordt verhoogd met de helft als je de tweede keer binnen een jaar wordt gepakt (en de derde keer wordt de boete verdubbeld!).

Overigens krijg je met het verkopen van alcohol (als je het op de nette manier wil doen) tevens te maken met de Warenwet en (eventueel) met controle van de Voedsel- en Warenautoriteit.

Hoe zit dat met de accijns op zelfgemaakte alcohol?

Zoals gezegd, moet je officieel een vergunning aanvragen, waarbij je administratie moet voeren. Op basis daarvan wordt de verschuldigde accijns berekend. Huisvlijt wordt niet gewaardeerd door de Nederlandse overheid (hoe anders was dat niet in China, waar bijvoorbeeld staaloventjes in de achtertuin werden aangemoedigd).

Hoewel het afhankelijk is van het alcoholpercentage van de drank die je produceert, zou je bijvoorbeeld voor wijn al snel bijna een euro per liter aan accijnzen moeten betalen. Bier is aanzienlijk goedkoper met (afhankelijk van het alcoholpercentage) nog geen 8 cent per liter tot een halve euro per liter. Lukt het je om zelf een mousserende wijn (‘bubbels’) te maken, dan betaal je zo’n 2,50 euro per liter aan accijnzen.

Sterke drank zit op bijna 17 cent per procent, per liter (maak je dus een jenever van 40%, dan betaal je per liter bijna 6,80 euro). Dan weet je ook direct waarom sterke drank zo duur is in Nederland (bij zowel de slijter als in de horeca), vergeleken met bijvoorbeeld Duitsland.

In de praktijk, doen de meeste hobbystokers alles zonder vergunningen en dragen ze ook geen accijnzen af, althans, dat lees ik op de betreffende stookfora.

Zelf alcohol maken kan gevaarlijk zijn

Ik ben jurist en geen arts, dus kan niet precies inschatten wat de exacte medische risico’s van het produceren van alcohol zijn. Toch is een waarschuwing ook hier op zijn plaats (lekker politiek correct). Het maken van alcohol kan namelijk gevaarlijk zijn, zeker indien je zelf gaat distilleren.

Behalve dat het een juridisch gevaar is als je dat doet zonder vergunningen, zit het gevaar ook in andere zaken.

Bij het destilleren van alcohol, kun je bijvoorbeeld methanol produceren terwijl je ‘ethanol’, dus zonder ‘m’, wilt hebben. Dit gebeurt doordat er ‘pectase’ aanwezig is (zit in bepaalde vruchten) in het te distilleren mengsel of door het meegisten van houtresten of pitten in het te distilleren mengsel. Niet leuk, want methanol is giftig en je kunt er zenuwproblemen van krijgen. Die kunnen dan weer uitmonden in blindheid of overlijden.

Daarnaast heb je bij het distilleren te maken met alcoholdampen, want daar gaat het immers om. Deze dampen zijn (logischerwijs) zeer brandbaar. Dat is dan weer gevaarlijk indien ze niet goed worden opgevangen.

Zou je trouwens samen met je vrienden wat te distilleren en dat gaat mis, of je geeft je oom op een gezellige avond wat van je zelfgestookte methanoljenever, dan zijn we weer terug op juridisch gebied, namelijk bij de onrechtmatige daad. Als je je dan op dronkenschap wil beroepen ter verdediging, dan kan dat waarschijnlijk niet. Daar heb ik al eens een artikel over geschreven. Vroeg of laat is alles juridisch… dat blijkt maar weer.

It’s all about the money

Hoewel enig toezicht op buurtbewoners met een distilleerketel in mijn optiek wel gewenst is omdat distilleren toch enigszins gevaarlijk is, lijkt het er wel sterk op dat al deze regelgeving door één ding is ingegeven.

Geld.

Er zijn veel regels over het produceren van alcohol, dat is hierboven wel te zien. Die stammen echter niet uit bijvoorbeeld het Wetboek van Strafrecht of een andere regeling ter bescherming van de stoker en zijn omwonenden. Nee. Die stammen uit de Wet op de Accijns, het Uitvoeringsbesluit Accijns en de Uitvoeringsregeling Accijns.

It’s all about the money. Gelukkig heb je als hobbybrouwer of hobbystoker in elk geval altijd drank om je geldproblemen weg te drinken. Dat scheelt dan weer wel.

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels
ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht


DISCLAIMER: De informatie op deze website is enkel bestemd voor algemene informatiedoeleinden. Hoewel de versterkte informatie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid door onze juristen is samengesteld kunnen wij, o.a. vanwege de gecompliceerde en veranderlijke aard van wet- en regelgeving, niet garanderen dat deze informatie compleet, actueel en/of accuraat is op het moment van raadpleging en dat deze toepasbaar is in een specifieke situatie. Wij raden u dan ook aan contact op te nemen met een van onze juristen of met uw eigen jurist voordat u handelt of beslist.