surseance van betaling

Surseance van betaling: V&D, DA, Scapino, Dolcis, Invito en Manfield

24 december 2015

De kerstperiode in 2015 brengt voor velen helaas slecht nieuws. Scapino, Dolcis, Invito en Manfield (althans, Macintosh, hun moederbedrijf en zeven eigen winkels) hebben enkele dagen geleden surseance van betaling aangevraagd. Vlak daarna volgde V&D, dat eerder in het jaar gered leek na ingrijpende maatregelen. Ten slotte heeft de franchisegever van drogisterijketen DA surseance van betaling aangevraagd. Drama in de winkelstraat.

In dit artikel bekijken we wat surseance van betaling gaat inhouden voor deze winkels. We bekijken wat de verwachte afloop van de surseance van betaling is en wat uw positie is wanneer u nog geld (of producten) van Scapino, Dolcis, Invito, Manfield, DA of V&D krijgt.

Surseance van betaling

Normaal gesproken is een onderneming verplicht om netjes op tijd de rekeningen te betalen. Wordt dat niet gedaan, dan is er sprake van wanprestatie en kan de schuldeiser (na een gerechtelijke procedure) beslag leggen. De schuldeisers zijn vaak banken, verhuurders, toeleveranciers of werknemers.

De term ‘surseance van betaling’ houdt in dat er een tijdelijk uitstel van betalingsverplichtingen wordt aangevraagd. Het maakt niets uit of de schuldeisers het daarmee eens zijn: het uitstel van betaling geldt (op enkele uitzonderingen na) voor alle schuldeisers.

Dit uitstel is géén afstel. De onderneming zal, met behulp van een aangewezen bewindvoerder, moeten proberen om de zaak alsnog op de rit te krijgen door bijvoorbeeld te herstructureren. Daarna moeten de uitgestelde betalingen alsnog worden gedaan.

Gaat dat lukken bij V&D, DA, Scapino, Invito, Manfield en Dolcis?

Waarschijnlijk niet. Hoewel individuele gevallen altijd specifiek moeten worden bekeken, wordt de surseance van betaling ook wel ‘het voorportaal van het faillissement’ genoemd. Dat is niet voor niets: vrijwel altijd volgt een faillissement. Dat is dus ook bij V&D, DA, Scapino, Invito, Manfield en Dolcis te verwachten.

We gaan hier niet uitgebreid speculeren over de reden voor de surseance van betaling. Volgens de kenners moet die reden onder meer worden gevonden in de crisis en de sterke opkomst van online winkelen in deze branches (denk aan Zalando). Feit is echter, dat vrijwel alle surseances in een faillissement eindigen om praktische en juridische redenen.

Praktische redenen:

  • Stigmatiserende werking. Surseance van betaling zorgt ervoor dat klanten huiverig worden om bij de onderneming te kopen en dat leveranciers huiverig worden om te leveren. Immers: als een faillissement volgt, kunnen ze hun geld kwijt zijn. Derhalve willen leveranciers vaak enkel nog op vooruitbetaling leveren en willen klanten enkel nog betalen zodra het product in huis is (of ‘gelijk oversteken’). Al met al zorgt dat voor nog grotere liquiditeitsproblemen.
  • Te laat aanvragen. De meeste ondernemers weten dat een surseance van betaling stigmatiserend werkt (zie hierboven). Daardoor zullen ze zo lang mogelijk zelf proberen om het probleem op te lossen voordat het wereldkundig wordt door een aanvraag om de surseance van betaling van toepassing te verklaren.

Juridische redenen:

  • Ontslagbeperkingen. In het faillissement vervallen de ontslagbeperkingen die bestaan voor werknemers. Na faillissement doorstarten is daarom vaak veel gunstiger (al dan niet via een zogenaamde ‘pre-pack’) en vaak de enige optie. In de surseance van betaling zijn de mogelijkheden er niet: de werknemers moeten via het reguliere ontslagrecht worden ontslagen. Dat duurt lang en is duur, waardoor een reorganisatie vrijwel onmogelijk wordt.
  • Bank mag vaak toch beslag leggen. De surseance van betaling werkt niet ten aanzien van vorderen waaraan een bepaald soort voorrang is verbonden, de zogenaamde ‘separatisten’. Dit zijn de pandhouders (houders van een pandrecht op roerende goederen zoals bijvoorbeeld inventaris) en de hypotheekhouders (houders van een recht van hypotheek op een registergoed zoals een bedrijfspand). Vaak betreft het banken. Zij kunnen dus alsnog hun belangen veilig proberen te stellen en zijn niet gebonden aan de surseance van betaling.

Wat als je nog geld of producten van een van deze ondernemingen krijgt?

Ben je als verhuurder, toeleverancier, werknemer, klant of anderszins betrokken bij V&D, Dolcis, Manfield, Invito, Scapino of DA, dan is de surseance van betaling van deze ondernemingen geen prettig kerstcadeau. Je kunt ervan uitgaan dat er een faillissement van deze ondernemingen volgt (aangezien DA een franchiseorganisatie is, geldt dit enkel voor het moederbedrijf en haar zeven eigen winkels).

De meeste van de bij de ondernemingen betrokken personen staan ver achteraan in de rij als er een faillissement komt. Je moet ervan uitgaan dat het afwikkelen ervan een aanzienlijke tijd gaat duren en dat je uiteindelijk zult horen dat je niets meer terugkrijgt. Wel is het verstandig om na het faillissement je vordering bij de curator in te dienen: niet geschoten is altijd mis.

Ben je werknemer, dan is de kans groot dat je je baan kwijtraakt door het faillissement. Eventueel nog niet betaald salaris kan (gedeeltelijk) via het UWV worden verkregen, net als een ww-uitkering voor de tijd dat je werkloos bent.

Waarschijnlijk is een doorstart voor alle partijen de beste oplossing. Als er een doorstart plaatsvindt zou het kunnen dat je als werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst aangeboden krijgt. Als je een tegoedbon hebt (eigenlijk gewoon een vordering op de onderneming), kan het goed zo zijn dat men deze alsnog accepteert om het verlies van vertrouwen in de tegoedbonnen van de winkelketen tegen te gaan. Ben je leverancier of verhuurder, dan kan het zo zijn dat je met een goede onderhandelingsstrategie alsnog (een gedeelte van) je vorderingen betaald krijgt.

Conclusie – Surseance van betaling: V&D, DA, Scapino, Invito, Dolcis en Manfield

De winkelketens V&D, DA, Scapino, Invito, Dolcis en Manfield en alle betrokken partijen zitten niet in een benijdenswaardige situatie. De kans dat de ketens failliet gaan is erg groot, simpelweg gebaseerd op historische cijfers over de surseance van betaling. Daarnaast is de timing ellendig voor de werknemers: alle ketens vragen surseance van betaling nét voor de kerst aan.

Nu mogen de bewindvoerders hun werk gaan doen, in de hoop dat er nog iets te redden valt. Is dat niet meer mogelijk, dan zal een faillissement volgen, waarna eventueel een doorstart mogelijk is. De tijd zal het leren.

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels
ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht


DISCLAIMER: De informatie op deze website is enkel bestemd voor algemene informatiedoeleinden. Hoewel de versterkte informatie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid door onze juristen is samengesteld kunnen wij, o.a. vanwege de gecompliceerde en veranderlijke aard van wet- en regelgeving, niet garanderen dat deze informatie compleet, actueel, juist en/of accuraat is op het moment van raadpleging en dat deze toepasbaar is in een specifieke situatie. Wij raden u dan ook aan contact op te nemen met een jurist voordat u handelt of beslist. Zie ook onze uitgebreide disclaimer.