V&D rechtszaak

Waarom V&D haar rechtszaken verliest (en waarom V&D ze startte terwijl verlies te verwachten viel)

31 maart 2015

V&D heeft het de laatste tijd niet gemakkelijk en het bestuur probeert daarom bij eenieder geld los te krijgen om het concern te redden. Terecht of onterecht? Daar zullen we ons als juristen niet over uitlaten, maar daar hebben veel journalisten wel al over geschreven. In elk geval had V&D besloten om voor twee partijen eenzijdig de voorwaarden van de gesloten overeenkomsten aan te passen:

  • De werknemers moesten 5,8% loon inleveren in 2015, maximaal 2,1% in 2016 en maximaal 2,1% in 2017. Dat gold enkel voor medewerkers die meer dan de cao INretail aan salaris ontvingen. Later werd deze maatregel nog iets verlicht. Verder moesten medewerkers één vakantiedag per jaar inleveren, wilde V&D seniorendagen en de toeslag Winkelopenstelling laten vervallen. Er kwam wel een variabele beloning van 1% voor op de plaats, maar enkel als financiële targets gehaald werden. Ook werden bepaalde werknemers extra gecompenseerd voor werken op zondag.
  • De verhuurders van de winkelpanden moesten een huurvrije periode van vier maanden (februari tot en met mei 2015) inlassen.

In dit blogartikel zal aan de orde komen waarom V&D tot op heden geen van beiden heeft kunnen bereiken.

De loonsverlaging die V&D wilde doorvoeren

V&D heeft eenzijdig geprobeerd een loonoffer van 5,8% door te voeren. Voor de leek klinkt het doorvoeren van eenzijdige wijziging wellicht raar, maar er zijn arbeidsrechtelijk een aantal manieren waarop dat eventueel wél zou kunnen, al liggen de eisen daarvoor wel erg hoog: het beginsel van ‘pacta sunt servanda’ (overeenkomsten moeten worden nagekomen) weegt immers zwaar. Afwijking daarvan wordt niet snel aangenomen.

Wanneer kan dat wel bij een arbeidsovereenkomst?

  1. Door een beroep op een schriftelijk (!) overeengekomen beding dat inhoudt dat een noodzakelijke wijziging van de arbeidsovereenkomst in het geval van zwaarwegende bedrijfseconomische of organisatorische belangen mogelijk is;
  2. Door een beroep op de redelijkheid en billijkheid;
  3. Door te stellen dat er sprake is van onvoorziene omstandigheden;
  4. Door de werknemer een aanbod te doen dat hij niet kan weigeren omdat hij dan het goed werknemerschap zou overtreden.

De rechtszaak over de loonsverlaging zelf

In de rechtszaak over de loonsverlaging zijn vier particuliere eisers betrokken, net als vakbonden FNV en CNV. Ze eisen simpelweg dat de arbeidsovereenkomsten netjes worden nagekomen. Er is geen reden voor een eenzijdige wijziging.

V&D verweert zich daartegen met de volgende stellingen:

  1. Medewerkers hebben een eenzijdig wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomst staan. Met een beroep daarop, mag V&D de arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigen.
  2. Er wordt een beroep gedaan op de redelijkheid en billijkheid.
  3. Er is sprake van onvoorziene omstandigheden.
  4. Omwille van het goed werknemerschap moeten de werknemers het wijzigingsvoorstel van V&D accepteren.

De juristen van V&D hebben dus besloten om voor alle mogelijke ankers te gaan liggen (vergelijk de punten met de vorige paragraaf). V&D vindt dat de mogelijkheid hiertoe open ligt omdat er grote bedrijfseconomische problemen zijn. Uiteindelijk zou V&D met het gehele maatregelenpakket binnen drie jaar weer gezond moeten zijn.

FNV en CNV stellen verder dat er bij lang niet alle leden wijzigingsbedingen (zie 1) in de overeenkomst zijn opgenomen. Daarnaast

Wat besliste de rechter met betrekking tot de loonsverlaging?

In het kort besliste de rechter als volgt:

  1. Het wijzigingsbeding staat niet in de cao, waardoor het (gezien de bewoordingen van het wijzigingsbeding in de arbeidsovereenkomsten) onduidelijk is of de cao gewijzigd kan worden. Afgewezen.
  2. De toets van de redelijkheid en billijkheid is even zwaar als de toets van het goed werknemerschap (zie 4). Als die toets niet slaagt, slaagt de toets van de redelijkheid en billijkheid ook niet.
  3. Onvoorziene omstandigheden zouden aan de orde kunnen zijn, maar dat bekijkt de rechter niet. V&D heeft namelijk nagelaten om duidelijk aan te geven dat zij wijziging van de arbeidsvoorwaarden op basis daarvan wil bewerkstelligen. De rechter mag in het civiele recht niets toewijzen waar niet om is gevraagd. Afgewezen om deze (formele) reden.
  4. Hoewel het gerechtvaardigd is om een kostenreductie te bewerkstelligen, kan V&D niet verwachten dat werknemers instemmen met een dergelijke ingrijpende wijziging van hun primaire arbeidsvoorwaarden op basis van het goed werkgeverschap. Ook het feit dat bij V&D aanzienlijk hogere salarissen worden betaald dan in de branche doet daaraan niet af.

De verweren van V&D houden geen stand. De vier werknemers en de vakbonden worden in het gelijk gesteld, maar niet helemaal.

CNV vorderde namelijk enkel nakoming van de ongewijzigde arbeidsvoorwaarden voor haar leden, waar FNV nakoming voor alle werknemers vorderde. FNV kon echter niet bewijzen dat (een duidelijke meerderheid) van de niet-leden niet instemde met gewijzigde arbeidsvoorwaarden. Daarom wordt de eis in reconventie van FNV (en CNV) enkel met betrekking tot de betreffende vakbondsleden toegewezen. Feitelijk betekent dat, dat ook een poging tot loonsverlaging voor niet-vakbondsleden waarschijnlijk bij de rechter zal stranden.

De huurverlaging van V&D

V&D wilde tevens een huurverlaging doorvoeren. Uiteraard gebeurde dat ook eenzijdig:

[… .] the board has decided that the following specific measures are necessary in relation to your estate occupied by the Company:

A 4 month rent free period starting from February 2015 and ending May 2015 to help bridge the liquidity need during 2015 [… .]

V&D is requiring all landlords to contribute in the same manner to provide the Company with a structural long-term viable cost base which is fully aligned with current market developments.

De huurverlaging werd dus simpelweg eenzijdig doorgevoerd.

Hoewel geen enkele verhuurder hier blij mee is geweest, hebben ze toch de koppen bij elkaar gestoken. Uiteindelijk is er een compromis tussen V&D en alle verhuurders (afgezien van vier ‘dwarsliggers’, in totaal 5% van de totale huursom van V&D) tot stand gekomen, waarin 58,9% van alle huurbedragen in depot zou worden gestort. Zou V&D al haar verplichtingen nakomen, dan zou dat bedrag uiteindelijk aan V&D toekomen. Zou dat niet gebeuren, dan zouden de verhuurders het alsnog kunnen opeisen.

Zoals gezegd: vier verhuurders gingen niet akkoord, waaronder verhuurder Mondia. Mondia kreeg voor februari toch slechts een klein gedeelte van de huur overgemaakt (43%), de rest ging in het depot (waarom dat overigens niet 41,1% was, is onduidelijk). Voor maart gebeurde hetzelfde.

Mondia was niet akkoord en startte een kort geding bij de kantonrechter (het is immers een huurzaak) om de rest van het de huursom op te eisen. Tevens vorderde Mondia een contractuele boete van 2% (€ 1.045,44) en de buitengerechtelijke incassokosten (€ 1.308,17).

De huurzaak zelf: Mondia/V&D

In de rechtszaak stelt Mondia simpelweg dat V&D de door haar gesloten overeenkomst moet nakomen. Logisch, zeker aangezien er per 1 februari 2015 al voor V&D gunstigere afspraken waren gemaakt met Mondia. Het contract moet worden nagekomen.

V&D verweert zich (kort door de bocht) met twee stellingen:

  • Er is sprake van misbruik van bevoegdheid. Alle andere verhuurders hebben ‘hun verantwoordelijkheid genomen’ door een huurkorting te accepteren. Mondia profiteert wel van het voortbestaan van V&D, maar draagt daar niet aan bij.
  • Mondia handelt in strijd met de redelijkheid en billijkheid door zijn verantwoording te ontlopen.

Beide stellingen zijn gebaseerd op vangnetten: in ‘gewone’ rechtszaken komt men een beroep op misbruik van bevoegdheid en/of redelijkheid en billijkheid vrijwel enkel als subsidiair verweer tegen. Het primaire verweer is dan vaak veel concreter: opschorting, vernietiging, ontbinding et cetera.

Desalniettemin had V&D in deze procedure geen sterke primaire verweren kunnen verzinnen, want die waren er simpelweg niet. Dat het verweer door de rechter gepasseerd zou worden, was vrij zeker.

Wat besliste de rechter in de huurzaak?

Precies in de lijn van de verwachtingen, beslist de rechter dat Mondia gelijk heeft en dat V&D gewoon moet betalen. Daartoe overweegt hij kort gezegd onder meer:

  • In het Nederlandse recht moeten overeenkomsten simpelweg worden nagekomen, dat is de hoofdregel. Eenzijdige afwijking daarvan is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mogelijk.
  • V&D heeft weliswaar een groot belang bij verlaging van de huurprijs, maar elke huurder heeft dat belang. V&D is daarin dus niet alleen.
  • Het starten van een procedure kan niet worden gezien als misbruik van recht. Mondia komt immers op voor haar recht op een juiste manier: via de rechter. Het recht om dat te doen behoort niet te wijken voor economische motieven.
  • Dat andere verhuurders wel akkoord zijn gegaan doet niet af aan het feit dat overeenkomsten moeten worden nagekomen, ook voor V&D.
  • Dat V&D wellicht in een faillissement terecht komt is triest, maar zorgt niet voor een ander oordeel.
  • Ook het feit dat Mondia een ‘free-rider’ is en wellicht zelfs moreel verplicht is om bij te dragen, maakt dat niet anders.
  • Ten slotte zou toewijzing ervoor zorgen, dat veel meer bedrijven eenzijdige verlagingen van huur of hypotheekverplichtingen zouden toepassen omdat dat een faillissement zou kunnen voorkomen. Dat zou een ‘juridische chaos’ veroorzaken volgens de kantonrechter. Tevens zou dat rechtsongelijkheid brengen tussen bedrijven, die dat wel kunnen en particulieren, die dat dan niet zouden mogen.

Kortom: V&D wordt in het geheel in het ongelijk gesteld. Mondia lift daarom als free-rider inderdaad mee op de goede wil van de andere verhuurders: V&D wordt immers (tijdelijk) ‘gered’, maar Mondia draagt haar steentje niet bij. Hoewel dat moreel gezien wellicht twijfelachtig is, is het juridisch gezien uiteraard geheel juist.

Waarom verliest V&D haar rechtszaken?

Simpel: omdat V&D tegen de meest basale beginselen van het contractenrecht in gaat: iedereen mag zélf weten wat hij afspreekt, maar wanneer iets is afgesproken, moet dat wel worden nagekomen. Dat gold zowel bij de werknemers, als bij de verhuurders.

Er zijn mogelijkheden om af te wijken van een getekende overeenkomst. Geen enkele overeenkomst is in alle mogelijke situaties definitief. Echter, de drempel om eenzijdig een overeenkomst open te breken ligt erg hoog. V&D heeft hem in beide zaken niet weten te behalen.

Dat de kans klein is dat V&D zou winnen, zullen ze zelf vooraf ook hebben geweten. Waarom V&D dan toch procedeerde? Simpel:

  1. De kans op verlies is weliswaar groot, maar de kosten bij verlies (in elke zaak zo’n 2000 euro aan proceskostenveroordeling plus eventuele wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten) zijn minimaal vergeleken met de grote kostenbesparingen bij winst (miljoenen euro’s). Zelfs bij een 1% kans op winst, is procederen rendabel.
  2. Vaak worden civiele zaken toch geschikt, zodat een schikking te prefereren valt boven procederen, echter, in dit geval wilde V&D enorme besparingen doorvoeren die niet met een schikking bereikt zouden kunnen worden: halve maatregelen zou V&D niet uit de problemen helpen. Daarnaast had V&D in de zaak over de loonsverlaging vakbonden tegenover zich staan, die met de hete adem van hun leden in de nek, waarschijnlijk nooit zouden schikken.
  3. In de huurzaak was afgesproken met de andere verhuurders die wél hadden ingestemd met het reddingsplan, dat V&D zodanig zou handelen ten aanzien van de dwarsliggers, dat de belangen van de verhuurders die wel meededen maximaal zouden worden gediend. Had V&D toch als een mak schaap het gehele bedrag aan huur betaald aan de dwarsliggende verhuurders, dan zou zij het risico hebben gelopen dat de andere verhuurders haar wanprestatie hadden verweten (en in het slechtste geval: de voor V&D zo gunstige overeenkomst hadden ontbonden).

Wat nu met V&D?

Volgens de eigenaar van V&D, zijn de huurverlaging en loonsverlaging noodzakelijk voor V&D om het hoofd boven water te kunnen houden. De huidige situatie:

  • De loonsverlaging is in eerste instantie afgewezen voor vakbondsleden, maar V&D broedt nog op manieren om alsnog de loonsverlaging voor elkaar te krijgen.
  • De huurverlaging is door de verhuurders voor 95% van de totale huursom geaccepteerd, de andere 5% kan niet worden gedwongen.

V&D kan natuurlijk wel in hoger beroep in kort geding, maar kan eventueel ook een bodemprocedure voeren om alsnog haar recht te krijgen. De kans dat daar een andere beslissing wordt genomen is echter minimaal. Uitstel krijgt V&D ook niet door verder te procederen: de beslissingen zijn ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard (er hoeft niet te worden gewacht op het aflopen van het hoger beroep). Toch is het denkbaar dat V&D verder procedeert, om de redenen die in de vorige paragraaf zijn genoemd.

Verder heeft V&D veel concurrentie van onder meer prijsvechters die ook fysieke winkels hebben, denk aan bijvoorbeeld de Primark. Ook wordt zij flink beconcurreerd door webshops, van Bol.com tot Zalando, die de producten vaak voor veel minder geld bij de klant krijgen, simpelweg omdat ze minder kosten hoeven te maken om dezelfde omzet te behalen.

V&D heeft de laatste jaren tropenjaren gehad, waarbij het verlies opliep van 19 miljoen in 2012 tot 55 miljoen in 2014 ondanks reorganisaties. Enkel de bij V&D behorende restaurantketen La Place bleek rendabel, met in 2014 een nettoresultaat van 5,4 miljoen euro. Per saldo blijft er een groot verlies over.

Mocht V&D toch in een faillissement terecht komen, dan is het nog maar de vraag wat ermee gebeurt. Wellicht zit een doorstart (eventueel in zeer afgeslankte vorm, wellicht enkel van La Place?) van rendabele onderdelen er dan in, maar wellicht ook niet. Komt het zo ver, dan is het onvermijdelijk dat:

  • Veel (of alle) werknemers hun baan zullen kwijtraken.
  • Veel verhuurders niet direct een nieuwe huurder hebben, waardoor zeker de panden die minder in trek zijn wellicht lange tijd leegstaan, terwijl eventuele financieringskosten wel doorlopen voor de verhuurders.
  • Leveranciers waarschijnlijk flinke bedragen aan vorderingen mogen afschrijven.

In elk geval zal het niet gemakkelijk worden voor V&D om te overleven, zeker niet nu eenzijdige huurverlagingen van de baan zijn en werknemers (in beginsel) niet hoeven in te leveren. In elk geval is het niet waarschijnlijk dat het boek al dicht is: vermoedelijk zal V&D alsnog proberen om de situatie naar haar hand te zetten. Of dat echt gebeurt, is nu natuurlijk maar afwachten.

Auteur

mr. B.G.N. (Bart) Gubbels
ondernemingsrecht, arbeidsrecht, contractenrecht


DISCLAIMER: De informatie op deze website is enkel bestemd voor algemene informatiedoeleinden. Hoewel de versterkte informatie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid door onze juristen is samengesteld kunnen wij, o.a. vanwege de gecompliceerde en veranderlijke aard van wet- en regelgeving, niet garanderen dat deze informatie compleet, actueel, juist en/of accuraat is op het moment van raadpleging en dat deze toepasbaar is in een specifieke situatie. Wij raden u dan ook aan contact op te nemen met een jurist voordat u handelt of beslist. Zie ook onze uitgebreide disclaimer.